Topprestatie

Share This:

Topprestatie

‘Hij was net lekker aan het buiten spelen,’ verontschuldigde de moeder zich, ‘dan is het best sneu dat zijn leuke middag wordt onderbroken.’
Japie, elf jaar en klein voor zijn leeftijd, kwam bokkig achter haar aan mijn pianostudio binnen.
‘Waar zijn je boeken?’ zag ik meteen.
‘Sorry,’ moe Rozeboom sloeg haar hand voor haar mond, ‘vergeten. Het was al laat en ik dacht, jij weet vast wel wat nuttigs met hem te doen. Anders is het zo zonde van zijn laatste les.’
Ze had mijn advies opgevolgd, Japie zou eind deze maand stoppen met zijn pianolessen.
‘Kom maar, Japie,’ zei ik opgewekt, ‘hang je jas netjes op, dan gaan we snel aan het werk.’
Terwijl zijn moeder wegging, sleepte hij zich naar de pianokruk.
‘Netjes recht zitten,’ zei ik tegen het kromme ruggetje, ‘kom op, als een echte pianist.’
Ik pakte lesboek 1 uit de kast en zette dat op de lessenaar.
‘Wat had je als huiswerk?’
Japie begon vanaf het begin te bladeren. Bladzijde drie, nee, die niet. Bladzijde vijf misschien?
‘Speel je niet het Wiegeliedje?’, vroeg ik.
Hij haalde zijn schouders op en bladerde verder. Bladzijde negen, bladzijde elf.
Buiten begon het zachtjes te regenen, een mild zomers buitje, goed voor de tuin.
‘Stukje verder, Japie, bladzij vijftien.’
Bladzijde dertien, bladzijde zeventien, o, nu sloeg hij een bladzijde over. Terug, bladzij negen, bladzij elf.
Ik keek de tuin in en zag hoe een dikke slak over het terras kroop richting zonnebloemen.
Bladzij dertien, zeventien.
De slak bevond zich inmiddels aan de voet van de steel en keek omhoog. Ik vroeg me af of hij benul had van de anderhalve meter die boven hem uittorende.
‘Een bladzij terug, Japie.’
De slak staarde naar het eerste blad: ‘Beetje taai.’
Japie trok wat te wild aan het papier en het boek viel op de grond.
Terwijl Japie zich van de kruk liet zakken, kroop de slak naar blad drie, ik probeerde het aantal bladeren te tellen dat aan de zonnebloem zat. Dertien? Lastig tellen. Vijftien?
Japie had het boek weer teruggezet.
Het werd even een nek aan nek race. Japie was, net als de slak, bij blad vijf.
‘Ik kan het niet vinden,’ zei Japie, terwijl hij werd ingehaald door de slak.
‘Ietsje verder nog, bladzij vijftien,’ hintte ik.
De slak aarzelde: ‘Blad zeven? De de malse top?’
Japie had inmiddels het Wiegenliedje gevonden en ging op zoek naar de eerste noot.
‘Kijk maar op het plaatje, daar staat hoe je je handen neer moet zetten,’ adviseerde ik.
De slak liet blad acht links liggen, of nee, vanuit de slak gezien was het rechts.
‘Kijk ‘s of je hand wel goed staat,’ zei ik, terwijl de slak blad tien passeerde.
‘Pink op de G.’
Blad elf.
Ik pakte zijn slappe handje en zette het op de juiste plek.
Blad twaalf, het handje gleed weer opzij.
‘Zal ik het even aan je voorspelen?’, bood ik aan.
Hij liet zich meteen van de kruk afglijden en onder de verlossende klanken van het Wiegenliedje bereikte de slak de top, hij wel.

Tooske Hinloopen – 17 mei 2016

 

Musicolumns op mijn andere website 

(Visited 47 times, 1 visits today)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *