Einde oefening

Share This:

Einde oefening

Een jochie van een jaar of acht met een sproetensnoetje stond met een rood aangelopen koppie het Wilhelmus op zijn trompet te spelen. De eerste frase ging mooi, maar zijn Prinse van Oranje kwam nog niet zo goed uit de verf. Volgend jaar beter, hoopte ik voor zijn leraar.

‘Hé Shimna.’
‘Jannemijn, heb je hier een kraampje vandaag?’
‘Nee, Wiesje. Ik kom even wat boterhammetjes brengen, ze zit hier al een half uurtje.’
‘Wiesje? Gaat het goed met haar? Speelt ze nog piano?’
‘Ja, ze heeft nu les bij Berry van B. van het Jazzy Pianisten Collectief. Hij doet veel met elektrische piano. Ritmetjes en zo.’
‘Klinkt goed.’
‘Ja. Maar het oefenen, dat blijft nog steeds een dingetje hoor,’ zei Jannemijn.

Wiesje had drie jaar bij mij op pianoles gezeten. Jannemijn, een stevige bijdehante brunette, had vroeger cello gespeeld. Niet onverdienstelijk, begreep ik uit haar verhalen over het Jeugd Orkest waarin ze aanvoerdster was geweest van de celli. Ze was niet in de muziek doorgegaan en ‘Nee,’ vanwege haar drukke baan als organisator en interimmanager, ‘ik heb al jaren niet meer gespeeld.’

‘Ik weet zeker dat je het veel beter kunt,’ zei ik.
Wiesje wierp een ongeïnteresseerde blik in het boek en produceerde dezelfde dissonant als daarnet.
‘Vind je het niet een beetje raar klinken?’
Ze haalde haar schouders op.
‘Nou?’, drong ik aan.
‘Weet ik niet.’
‘Kijk,’ ik wees in haar boek, ‘bij die f staat een kruis.’
Voorzichtig verschoof ze haar vierde vinger naar de fis.
‘Ga je deze week wat meer oefenen?’, vroeg ik.
Ze knikte en deed opgelucht haar boek dicht.
‘Ik zet de dagen van de week in je schriftje en dan mag jij er een kruisje bij zetten als je hebt gespeeld,’ zei ik, ‘probeer twee keer te oefenen, dat moet wel lukken, toch?’
‘Telt vandaag ook mee?’, vroeg ze.
‘Als jij straks thuis gaat studeren, dan telt dat natuurlijk mee.’
‘Maar ik heb nu toch gespeeld?’
‘Hoe bedoel je?’
‘Op les?’

‘Ja, dat oefenen,’ Jannemijn zuchtte aan de andere kant van de telefoon, ‘dat is wel een hot item-pje. Ik zeg het steeds, maar het kost zoveel moeite.’
‘Vindt ze piano spelen wel leuk?’, informeerde ik.
‘Ja, ze vindt de lessen heel leuk. Ze komt altijd blij thuis.’
‘Maar ze zou wel wat harder mogen werken.’
‘Ik zal er met haar over hebben.’

Een paar weken later kwam ik Jannemijn op straat tegen, in haar fietsmand lagen vier grote zakken snoepgoed voor Sint Maarten.
‘Het gaat een stuk beter hè, met Wiesje. Ik geloof echt dat ze haar inzinkinkje weer te boven is.’
‘Oh.’
‘Haar vriendinnetje zit op vioolles, dat is natuurlijk een super stimulansje. Heeft Wiesje niet verteld over hun optredentje?’
Ik wist van niets.
‘Met Kerst. Op school. Iedereen mag wat laten horen. Ik heb haar meteen opgegeven.’
‘Ik heb een leuke viool- en pianobewerking van Jingle Bells. Niet moeilijk.’

Haar vriendinnetje was handig.
‘Weet je wat, jij speelt het intro op viool,’ ik schreef de noten in haar partij, ‘en Wiesje, dan hoef jij hier alleen maar met links te spelen. Een paar noten van vier tellen.’
Het klonk meteen een stuk beter.

De week erop was de generale.
‘Heb je bladzijde twee ook geoefend?’, vroeg ik.
Nee, die was ze kwijt.

‘En, heb je goeie voornemens voor het nieuwe jaar?’
Stilte.
‘Echt niet?’
Een blik op de klok.
‘Beetje meer je best doen voor je pianoles?’
Een aarzelend knikje.

Een maand later: ‘Wiesje, dit kan echt niet. Je moeder betaalt veel geld voor je pianolessen, daar mag je best wat meer moeite voor doen.’
Ze wriemelde aan haar armbandje.
‘Je moet vier keer per week een half uur studeren.’
Het gespje schoot los.
‘Anders wordt pianospelen echt niet leuk.’
Het armbandje viel op de grond.
‘En dan is het voor mij ook niet leuk meer, dan heb ik er geen zin meer in.’

Jannemijn deed erg kortaf. Toen ze Wiesje had gevraagd hoe de pianoles was gegaan, was die in tranen uitgebarsten. Dat had ik helemaal fout aangepakt.
‘Wiesje is een hééél gevoelig meisje,’ legde ze uit.

De rest van het schooljaar heb ik niets meer over het oefenen gezegd.
Vlak voor de zomervakantie belde ik de moeder op: ‘Het lijkt me beter dat Wiesje een jaartje pauze neemt,’ begon ik.
‘Oh nee, daar komt niks van in. Ze is nu juist zo goed bezig.’
‘Als ze het komende jaar nou uit zichzelf achter de piano …’
‘Nee, ik wil absoluut niet dat ze stopt. Als jij niet meer met haar wilt werken, dan zoek ik gewoon iemand anders.’

‘Ze zit verderop, in het bushokje,’ wees Jannemijn.
Van de andere kant kwam een jonge vrouw aangelopen die wat kleingeld gooide in de trompetkoffer van het ijverig spelende sproetenkoppie.
Hé, het was Janine Wever, die was afgelopen week bij mij in de pianostudio komen kennismaken met haar dochtertje Lotte.
Janine bukte bij het stalletje van Wiesje.
‘Wat kosten die pianoboeken?,’ hoorde ik haar vragen.
‘Vijftien euro,’ antwoordde Wiesje met een stalen gezicht.
‘Dat vind ik wel een beetje duur voor Koningsdag,’ reageerde Janine.
Ze kreeg mij in beeld. ‘Oh, hallo Shimna,’ reageerde ze verrast.
Ze pakte de boeken en hield ze omhoog: ‘Vijftien euro!’
Jannemijn liet de boterhammen vallen en keek sprakeloos naar Wiesje. Die werd vuurrood en sloeg haar ogen neer.
‘Vijftien euro,’ herhaalde Janine, ‘Shimna, wat vindt jij daarvan?’
‘Dat zou ik meteen doen,’ was mijn verlossend advies.

Tooske Hinloopen – 29 april 2016

Musicolumns op mijn andere website