Betaald gezet

Share This:

Betaald gezet

‘Je had dat gezicht moeten zien van de productie-assistente toen ik Emile aan haar voorstelde,’ Diane gierde het uit, ‘tien minuten voor de uitzending, ze konden geen kant meer op.’
‘Geweldig,’ antwoordde ik, ‘wat heb je er voor jezelf uit weten te slepen?’
‘Tweehonderd.’

‘Heb je het Concertgebouw al gebeld?’ vroeg ik, ‘die hebben goeie bladomslaanders.’
Ja, maar die hadden er geen zin in.
‘Ik heb een pianoleerling voor je die het kan doen, zal ik het nummer geven?’ Kolfje naar de hand van Gaspard. ‘Ik kan hem aanraden, hij slaat bij mij ook vaak om.’
‘Is hij professioneel?’, vroeg de productie-assistente.
‘Zo goed als. Hij zit in de vooropleiding, in de jong talent klas.’
‘Nee, we zoeken iemand die afgestudeerd is. Jij hebt toch Conservatorium gedaan?’
‘Ja. Ik zou eventueel wel kunnen, maar dan moet ik al mijn leerlingen verzetten.’
Heel graag, ze was al de hele ochtend aan het bellen.
‘Het is een live-uitzending,’ benadrukte ze en ik zou ook goed in beeld zijn.
Jotto, de deuren naar een carrière als bladomslaander gingen open, vanmiddag al.
‘Hadden jullie het niet eerder kunnen bedenken?’, vroeg ik verbaasd.
Ze hadden iemand, maar die was weggestuurd door de pianist.
‘Welke pianist is dat dan?’, vroeg ik nieuwsgierig.
Ze noemde een gevestigde naam.
‘O,’ begreep ik. De meeste pianostemmers sidderden als ze voor hem een vleugel in orde moesten maken.
‘Is er nog een kledingvoorschrift?’
‘Een sobere, onopvallende outfit.’
Geen wijde kledingstukken of wapperende sjaals want die kunnen over het toetsenbord fladderen, erg storend voor de pianist. Een bladomslaander is bijna onzichtbaar, komt geruisloos overeind en slaat onhoorbaar om.
‘Nou goed dan,’ accepteerde ik deze nederige positie, ‘ik bel mijn leerlingen wel af. Hoe laat moet ik er zijn?’
‘Om vier uur, in de Muziekstudio in Hilversum. Kom je met de trein?’
‘Zal wel moeten, ik heb geen auto.’
‘Je moet uitstappen bij Media Park.’
‘Is goed. En hoe doen jullie het verder?’
Ze snapte de vraag niet.
‘Wat krijg ik ervoor?’
‘Een bos bloemen.’
‘Bloemen? Die zou ik eerder aan de pianist geven.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Het is niet gebruikelijk dat je die aan de bladsomslaander geeft,’ verduidelijkte ik.
Ik voelde haar aarzeling.
‘Het is natuurlijk heel lief wanneer je mij na afloop een boeket geeft, maar dat zou ik niet nu al verklappen, dan is het geen verrassing meer.’
‘Maar je vroeg het toch zelf?’, het arme kind klonk echt verbaasd.
‘Ik bedoel: hoeveel betaalt het?’
In stilte maakte ik een lijstje van muzikale termen voor hoogwaardig bankpapier dat hier aan de verkeerde strijkstok bleef hangen: Klinkende munt, pingping.
‘Er is geen budget voor,’ reageerde ze kortaf.
‘In dat geval,’ ik bladerde in mijn adresboekje, ‘geef ik je het nummer van Emile.’
Na zich ervan verzekerd te hebben dat Emile een gediplomeerd pianist was schreef het meisje opgelucht het telefoonnummer op.

Emile en Diane waren beide professionele musici, hij zat in de jazz en Diane gaf klassiek pianoles, net als ik.
Snel belde ik Emile op om hem op de hoogte te brengen van mijn ondeugende plan.
‘Leuk,’ zei hij, en door de hoorn heen kon ik zijn brede grijns bijna aanraken.
Emile zat in een rolstoel.

Tooske Hinloopen – mei 2016

 

Musicolumns op mijn andere website